David de la Mar

David de la Mar

Amsterdam 1832 – 1898 Hilversum

David de la Mar was een Nederlandse 19e-eeuwse kunstschilder en werkte vooral in Amsterdam.

opleiding
Hij genoot zijn opleiding aan de Koninklijke Academie van Amsterdam, om zich daarna te specialiseren in Parijs bij Auguste Antoine Ernest Hébert. In 1867 ontving hij als kwekeling van deze opleiding een eervolle vermelding in de categorie Schilderen naar naakt, levend model. Het was de burgemeester die deze prijs uitreikte. Daarna verliet hij de Academie, die in 1870 sloot.

Tussendoor werd hij tot kunstschilder opgeleid in Parijs aan de Académie des Beaux-Arts en bij de genre- en portretschilder Ernest A.A. Hébert (1817-1908) in Parijs. Hébert was hofschilder van Napoleon III en directeur van de Académie de France in Rome. In Parijs heeft hij zelfs een eigen museum.

Zijn werken zijn verwant aan de vroege Haagse School en zijn een mix tussen Frans impressionisme en Hollands realisme. Net als Hébert was hij een genreschilder en schilderde landschappen en exterieurs met figuren.

familie
David groeide op in een groot gezin. Zijn vader Abraham had samen met zijn eerste vrouw negen kinderen. Na het overlijden van zijn vrouw trouwde zijn vader opnieuw en in het tweede huwelijk werden nog acht kinderen geboren.

David woonde in Amsterdam, het grootste deel op Singel 506. Hij werkte in zijn woonplaats, maar ook in zijn geliefde Het Gooi.

kunstenaarsvriendschappen
In Amsterdam ontmoette hij Anton Mauve, van wie hij raadgevingen kreeg en met wie hij naar het Gooi trok om te schilderen. Hij woonde zelfs een tijdje met hem samen. David schilderde voornamelijk landschappen en scènes uit het leven van boeren, meestal in een helder kleurgebruik en in een stijl die verwant is aan die van de vroege Haagse School.

David schilderde in 1871 één van de vroegste boereninterieurs in het Gooi. Jozef Israëls heeft de naam dat genre te hebben ontdekt toen hij in 1874 vanuit Amsterdam Laren bezocht. Maar David had het onderwerp dus al eerder in de omgeving ter hand genomen! Misschien waren zij dus al omstreeks 1870 samen, gewapend met de schilderkist, op stap in het Gooi? Wel is het bekend dat David in juni 1882 met Anton Mauve reisde; met de stoomtram van Amsterdam naar Laren, om daar te werken. De la Mar en Mauve vonden onderdak in hotel De Gouden Leeuw bij de Brink.

lidmaatschappen
In 1867 werd David lid van Arti et Amicitiae, een vereniging die de kunst tot bloei wil brengen. David exposeerde vaak op de tentoonstellingen van Arti. Maar ook op andere exposities waren zijn werken te vinden.

In 1878 werd David lid van Kunstgezelschap MAB, een gezelligheidsvereniging voor kunstenaars.

vriendschappen
In januari 1864 lukte het Mauve om enkele kamers te huren in Amsterdam, boven de winkel van Hendrik jan van van Wisselingh aan de Vijzelstraat 99.

Deze Van Wisselingh, die voorheen kunsthandelaar was geweest, handelde in thee en sigaren.

In Amsterdam vond Mauve Warnardus Bilders die zich al in 1858 in de hoofdstad gevestigd had. Ook diens zoon Gerard was, wanneer hij niet buiten werkte, in Amsterdam te vinden.

Daarnaast behoorden in die periode ook Adolph Artz (1837-1890], David de la Mar en Jozef Israëls (1824-1911] tot de Amsterdamse vrienden van Mauve. Uit de enkele brieven van Mauve aan De la Mar blijkt dat zij goed met elkaar overweg konden.

raadgevingen
Evenals Israëls gaf Mauve raadgevingen aan de tobbende De la Mar. ‘Hoe gaat het met je werk, maak vooral een goed eenvoudig waar dingetje,’ schreef Mauve bijvoorbeeld aan hem en hij bemiddelde blijkbaar ook voor hem want hij vervolgde de zin met: ‘ik geloof er een goed plaatsje voor te hebben, namelijk ik sprak den Heer Mesdag over jou en hij drukte de wensch uit dat je hem iets goeds moet laten zien.

De la Mars waardering voor het oordeel en de kunst van Mauve blijkt uit het feit dat hij een werk met landarbeidsters van hem kopieerde, waarbij hij vooral lette op de toon en de verfbehandeling.

vijzelstraat
In 1868 woonde De la Mar – net terug uit Parijs, waar hij in het atelier van Ernest Hébert had gewerkt – weer op een van de goedkope kamers in de Vijzelstraat.

bemoedigende woorden
Een jaar later gaat De la Mar zijn geluk weer in het buitenland beproeven, waarbij Mauve hem bemoedigende woorden schreef: “t is tenminste voor den verkoop vooral voor jou werk, veel beter dan hier, geen slechter land dan Holland, op dat punt wat het werken zelf betreft daar zullen wij wel hetzelfde over denken, dat zal daar niet anders wezen als je zelf hier [ondervindt] en mogelijk dat onze stille en genoegelijke levenswijs, onze gesprekken op onze wandelingen in de lieve streken je wel eens missen zult.’

overlijden
David overleed onverwacht in het huis van zijn broer Alexander in Hilversum, (Huize Lommeroord) in Het Gooi, waar hij zo vaak schilderde. Zijn lichaam werd overgebracht naar Amsterdam.

De begrafenisstoet vertrok van de Rapenburgerstraat 2. Op de baar lag een krans van Arti. Hij werd begraven op Beth Haim te Ouderkerk aan de Amstel.

Namens het bestuur van de Vereniging Arti et Amicitiae waren aanwezig schilder G.H. Breitner en beeldhouwer Bart van Hove.

Van Hove herdacht aan de groeve de overledene als kunstenaar en als vriend. Hij bracht in herinnering dat De la Mar was gestorven op de plek, in het Gooi, waar hij zoveel heeft gewerkt en die hem zo lief was.

Bij zijn overlijden schreef Arti dat David een der ijverigste leden was. “Een man wiens lichamelijke zwakte zelfs zijne belangstelling in alles wat Arti betreft niet kon doen verflauwen”. Het graf op Beth Haim is er nog steeds.

bekendheid
David komt weinig voor in de boeken over kunstenaars. Vroeger hing er een schilderij in Teylers Haarlem, maar dat is al lang geleden verkocht. Ook hing er een werk in Museum Willet Holthuysen wat zich nu in het depot van het Amsterdam Museum bevindt. Toch is zijn werk welbekend en gewaardeerd op veilingen.

bron: Lexicon Pieter A. Scheen / www.delamar.bntours.nl

Overleden voor WOIIArti et AmicitiaeKunstenaars in Parijs