El Pintor

El Pintor
Door Linda Horn

Tussen 1941 en 1944, tijdens de Duitse bezetting, verscheen een opmerkelijk mooie reeks kinderboeken en spellen van een mysterieus personage dat zichzelf  ‘El Pintor’ noemde. De publicaties van deze naamloze Spaanse schilder worden tegenwoordig beschouwd als voorlopers van het moderne, ‘artistieke’ kinderboek. Ze werden in grote oplagen gedrukt, maar van sommige zijn slechts enkele exemplaren bewaard gebleven die kostbare verzamelobjecten zijn geworden.

Weemoed
Kinderen van toen, inmiddels bejaarden, denken vaak met weemoed terug aan El Pintor. De boeken en spellen van deze geheimzinnige figuur vrolijkten kinderen op die zich moesten vermaken achter dikke verduisterings- gordijnen of zelfs moesten onderduiken.

De boeken roepen herinneringen op aan de oorlogsjaren. Het waren de enige die ik had en wat genoot ik!

Vele lezers herinneren zich het plezier en de afleiding die de El Pintor-boeken hun boden.

De anonieme maker wilde hen verleiden om zelf verhalen te bedenken en het niet al te nauw te nemen met de regels van hun opvoeding.

Hoge technische, inhoudelijke en artistieke kwaliteit
Teksten en afbeeldingen zijn van hoge technische, inhoudelijke en artistieke kwaliteit, ondanks de schaarste en de problemen om aan papier en andere drukkersmaterialen te komen. Vorm en inhoud zijn steeds verrassend en bijna elke publicatie zit vol grapjes en kleine stoutigheden.

Kinderen mogen in hun boek kliederen en de platen kleuren (El Pintor’s kleurenboek), ‘ook buiten de lijnen, net als El Pintor als die daar zin in heeft’.

Het huis van El Pintor heeft een atelier waar ze kunnen tekenen en schilderen. Alles is aanwezig, pennen, potloden, krijt en verf, maar geen papier. Dat hoeft ook niet, want in dit huis mag getekend worden op de vloer en op de lege witte muren.

Mysterieuze, alomtegenwoordige en onzichtbare figuur
El Pintor is stilzwijgend aanwezig in alle zestien kinderboeken en spellen die tussen 1941 en 1944 verschenen en ook in El Pintor’s dierenparadijs, de zeventiende en laatste uitgave van 1946.

Zijn naam is onderdeel van de boektitels en staat op het omslag; hij treedt op als verteller of als personage in het verhaal, maar niemand krijgt hem ooit te zien.

Wie is deze mysterieuze, alomtegenwoordige en onzichtbare figuur?

Bestond er echt een mijnheer El Pintor?

Colofons ontbreken in de uitgaven en dat past goed bij de sfeer van de verhalen, waarin een vreemde, magische wereld wordt opgeroepen of een ver en onbekend land. Dat was echter niet de belangrijkste reden om zo min mogelijk namen te noemen, El Pintor moest op zijn hoede zijn voor de bezetter.

Godfried Bomans
De eerste – ook al geheimzinnige – aanwijzing voor zijn identiteit gaf Godfried Bomans, die de tekst schreef van El Pintor’s toverboek van 1001 nacht in 1942.

In het voorwoord omschrijft hij de maker als ‘een tovenaar uit de laatste tijd, een moderne kabouter; hij ziet er net zo uit als een heleboel andere mensen, en hij woont, zonder puntmuts, en zonder baard, in een gewoon huis op de Keizersgracht. Maar pas op! ’s Avonds laat, als het donker wordt, neemt hij schaar en lijmpot ter hand en maakt toverboeken voor kinderen, het één nog mooier dan het ander.

Bomans legt uit dat er drie sprookjes in dit toverboek staan, ‘eigenlijk 998 te weinig, maar wel met mooie plaatjes die in het Grote Boek niet te zien waren. Dat kon ook niet, want toen leefde El Pintor nog niet.

Zijn toespelingen suggereren dat achter El Pintor een levende persoon schuilgaat die goed kan illustreren, in een grachtenhuis woont en boeken tevoorschijn tovert over een fictieve wereld.

Keizersgracht 153
Het huis waarop Bomans zinspeelde was Keizersgracht 153 in Amsterdam, het adres van uitgeverij Corunda die was opgericht door Jacob Kloot. Uit Bomans’ verwijzing naar dat huis kan echter niet worden afgeleid dat Kloot synoniem was met El Pintor.

Hij was vooral de zakelijke leider van de reeks, terwijl zijn vrouw Galinka Ehrenfest de meeste concepten bedacht en de artistieke leiding voor haar rekening nam.

Ze werd nog jaren na de oorlog door bevriende drukkers en lithografen aangesproken als ‘mevrouw El Pintor’.

Galinka ontleende haar inspiratie aan zichzelf en aan haar ontvankelijkheid voor kinderen. Ze had nauwelijks belangstelling voor de stijl van de Sovjetkinderboeken, die in de jaren dertig verscheidene Nederlandse illustratoren beïnvloedde. In haar werk zijn veeleer invloeden te zien van Engelse en Franse kinderlectuur, van de beginselen van Bauhaus en van de toenmalige nieuwe media, met name de cinema. Er was echter nooit sprake van kopieergedrag, daar waren zij en El Pintor te eigenzinnig voor.

De Nieuwe Kunstschool in Amsterdam
Jacob Kloot en Galinka Ehrenfest creëerden samen de ‘figuur’ El Pintor en de in alle opzichten bijzondere El Pintor reeks van boeken en spellen. Ze hadden elkaar in 1935 leren kennen via hun beider docent en vriend Paul Citroen aan de Nieuwe Kunstschool in Amsterdam. -ook de kleine Paulienke Citroen kwam bij hen aan huis (en Chaja Goldstein-

Die school, opgericht in 1933, was geen reguliere instelling met een eigen gebouw, maar een kleine gemeenschap van docenten en studenten. De leraren waren kunstenaars die lesgaven in hun eigen atelier. Onder hen bevonden zich ook Bauhausdocenten die naar Amsterdam waren uitgeweken vanwege het naziregime.

Ze hadden dezelfde politieke overtuigingen als de Nederlandse leraren en leerlingen, en vergelijkbare ideeën over het onderwijs. Het ging hen niet om ‘kunst’, maar om het ambacht en het maken van mooie, duurzame producten voor zoveel mogelijk mensen.

Jacob Kloot
Amsterdam 1916 – 1943 Sobibor

Jacob Kloot kwam uit een groot, joods, en nét niet armlastig Amsterdams gezin van een kleine fruithandelaar, tevens controleur op de groentemarkt. Hij woonde met zijn ouders en acht broers en zussen op een etage in de Swammerdamstraat in Amsterdam-Oost.

Bij gebrek aan ruimte sliep hij met een van zijn broers in de kelder, tussen de fruitkratten en de ratten – waaraan hij overigens goede herinneringen overhield, want hij en zijn broer hadden een hoop lol. Er is weinig over Jacob bekend, behalve dat hij zijn artistieke belangstelling combineerde met een scherp zakelijk inzicht.

Hij regelde de zaken van de Nieuwe Kunstschool en voerde als manus-je-van-alles ook het secretariaat. Op vijfentwintigjarige leeftijd richtte hij de handelsonderneming Corunda op, die een aantal publicaties in de El Pintor-reeks uitgaf en enkele andere kinderboekjes.

Galinka Ehrenfest
Kanuka (Estland) 1910 – 1979 Gronsveld (Nl)

Galinka Ehrenfest kwam uit een volstrekt ander milieu. Haar joodse vader, afkomstig uit Wenen, werd kort na haar geboorte aangesteld als hoogleraar natuurkunde in Leiden, haar Russische moeder was een gerespecteerd wiskundige.

In huize Ehrenfest kwamen collega’s uit alle delen van Europa op bezoek, onder wie Albert Einstein. Galinka was gewend aan hun discussies in het Duits, Russisch en Nederlands over wis- en natuurkunde en over ‘het joodse vraagstuk’.

Er werd veel muziek gemaakt bij de Ehrenfests, ook door Galinka: ze speelde viool op een instrument dat Einstein, zelf een uitstekende violist, voor haar had uitgezocht.

Ze zat altijd te tekenen en werd al jong – zelf nog een kind – geboeid door kinderen en hun magische wereld.

Als zestienjarige volgde ze een opleiding tot onderwijzeres aan de kleuterschool. Door te assisteren in een kindertehuis in Jena, waar haar jongste broer was opgenomen, leerde ze contact te leggen met heel moeilijke en zelfs volstrekt apathische kinderen.

Ze speelde met hen, zette hen aan het werk en voerde samen met hen gekke toneelstukken op die iedereen in het tehuis charmeerden. Terug in Nederland ontwikkelde ze een lesprogramma voor een nieuwe kinderkliniek in Leiden, om langdurig zieke kinderen onderwijs en afeiding te bieden. Zoiets bestond nog niet in Nederland, ze moest zelf het lesmateriaal verzinnen.

Rond haar negentiende besloot ze dat ze meer van de wereld wilde zien. Ze reisde op haar eentje rond door de Verenigde Staten, bij voorkeur liftend, en werk­ te als serveerster, fruitplukster en poppenmaakster bij een befaamd marionettentheater. In 1931 kreeg ze een beurs voor een kunstopleiding in Los Angeles en begon met het ontwerpen van kinderboekjes. Ideeën en vaardigheden had ze in overvloed, maar het kwam pas tot publiceren nadat ze Jacob had ontmoet.

Oplagen van duizenden
Het maken van boeken was tijdens de bezettingsjaren een lastige opgave, niet alleen vanwege de materiaalschaarste. Voor elke druk en herdruk moest een lang en moeizaam bureaucratisch parcours worden afgelegd om de juiste stempels en vergunningen te krijgen. Ondanks al die belemmeringen kwamen de hoogwaardige El Pintor-uitgaven tot stand en hun succes was indrukwekkend.

Steun aan onderduikers en ander verzetswerk
Oplagen van duizenden waren soms al binnen een maand uitverkocht en de ene herdruk volgde op de andere. Van een aantal boeken en spellen werden Duitse edities uitgebracht, eveneens in grote oplagen. Het is cynisch dat juist Duitsland zoveel belangstelling toonde voor El Pintor en op zijn minst verrassend dat Jacob en Galinka overgingen tot levering. Uitgeverij Corunda was echter ook een dekmantel voor illegale activiteiten. De inkomsten, waaronder die uit de Duitse markt, werden via het bedrijf aangewend voor steun aan onderduikers en ander verzetswerk.

Meer medewerkers
Door de grote vraag naar El Pintor publicaties moest Corunda meer vaste en incidentele medewerkers in dienst nemen. Bekenden – veelal vervolgden die geen inkomen meer konden verwerven – kregen werk aangeboden.

Namen werden zelden genoemd, dat was te gevaarlijk. Alleen Godfried Bomans wordt in de eerste druk van El Pintor’s toverboek van 1001 nacht opgevoerd als schrijver en is samen met de illustratoren Hanny Tulp en Joop de Bruijn – een beetje verstopt – vermeld op het spel El Pintor’s schouwburg voor kinderen. Dit spel werd in 1943 uitgebracht door de bevriende uitgeverij Variété van de eveneens joodse Gustav Czopp. We weten vrijwel zeker dat Willy Pos als tekstschrijver een bescheiden bijdrage leverde, dat Eva Eisenloeffel een van de pop-ups in Het toverboek maakte en in opdracht van Corunda, samen met haar man Han Wessing, het schimmentheaterspel Theater Plezier ontwierp.

Ook is bekend dat Jef Last de teksten schreef van twee boekjes uit 1943 die zich in Marokko en Zuid-Afrika afspelen (El Pintor’s reizen. Wat Hassan zag en El Pintor’s reizen. Matsa Boemi op de Tafelberg).

Kobus Knabbel werd gemaakt door Manuel van Loggem en de fotograaf Hans Max Wolf, die in de boekjes worden aangeduid als ‘Joep en Hans’.

Van een collectief, zoals El Pintor wel eens is genoemd, was geen sprake. Alle medewerkers werden door Jacob en Galinka aangestuurd, al kregen sommigen de gelegenheid op naam van El Pintor een min of meer eigen product te maken. El Pintor was dus meer dan een persoon, een duo, een groep los-vaste medewerkers of een pseudoniem.

El Pintor’ gedeponeerd als handelsmerk
Zoals gezegd kwam ‘hij’ ook regelmatig in zijn boeken voor als een fictief personage dat deel uitmaakte van de verhalen. Bovendien evolueerde El Pintor tot een productnaam, een ‘brand’ en een keurmerk, een waarborg voor kwaliteit waarmee boekhandels reclame maakten als ze nieuwe uitgaven onder de aandacht brachten.

Dit keurmerk veranderde ook in formeel-juridische zin in een merknaam: in 1943 werd ‘El Pintor’ gedeponeerd als handelsmerk.

Het einde van El Pintor
In juni 1943 werd Jacob gearresteerd in Leiden, samen met de door hem aangestelde, niet-joodse zaakwaarnemer.

De laatste werd na een week vrijgelaten; hijzelf werd op transport gesteld naar Westerbork en Sobibor, waar hij vrijwel direct na aankomst is vermoord.

Galinka wist niets van zijn lot en leefde onder grote druk. Ze nam de leiding van het bedrijf over en zette ook de ver­ zetsactiviteiten voort. In 1944 wist ze nog twee uitgaven te realiseren, maar in de laatste fase van de bezetting viel de productie stil.

1945
Na de oorlog hoopte ze het bedrijf te kunnen voortzetten met Jacob, maar in het najaar van 1945 kreeg ze het definitieve bericht van zijn dood. Toch deed ze alle moeite om El Pintor nieuw leven in te blazen.

Ze liet teksten vertalen en probeerde de boeken en spellen in Zwitserland en de Verenigde Staten aan de man te brengen, maar haar inspanningen waren vergeefs. In 1946 verscheen de laatste publicatie van Corunda, het spel El Pintor’s dierenparadijs, dat al in 1943 klaar was. Andere uitgevers bezorgden nog wat herdrukken en er kwam een Maleise editie van Het toverboek, maar daar bleef het bij. Een twintigtal andere boeken en spellen, sommige in een vergevorderd stadium van ontwikkeling en andere drukklaar, zou niet meer verschijnen. De laatste stapels boeken verdwenen in de ramsj.

Meubels, woningen en speelparken
El Pintor leefde tot in de jaren vijftig voort als een begrip dat nu en dan opdook in kranten en tijdschriften. Toen had Galinka het roer van haar leven allang omgegooid. Ze ging – ogenschijnlijk onverdroten – voort met ontwerpen. Niet meer van boeken, maar van meubels, woningen en speelparken zonder geestdodende wipkippen, waar kinderen zich konden uitleven in het bouwen van hutten en het aanleggen van tuintjes.

Ooievaarsregeling
In de jaren zeventig, tegen het einde van haar leven, formuleerde ze de zogenaamde Ooievaarsregeling, een bewonderd en verguisd belastingvoorstel om de financiële onafhankelijkheid van de ouder/verzorger van jonge kinderen te bevorderen.

Linda Horn
Schrijfster van de biografie Galinka Ehrenfest en El Pintor. ‘Vraag Einstein of hij mijn viool meeneemt’, Amsterdam.
De Buitenkant, 2019. isbn nr 9789490 913939

Overleden na WOII, Overleden tijdens WOIIVrouwelijke kunstenaarskind