Jacob Bendien

Jacob Bendien

Amsterdam 1890 – 1933 Amsterdam

Jacob Bendien was een Nederlandse kunstschilder, tekenaar en kunstanalyticus. Hij verbleef in Amsterdam, Parijs (1911-1915) en Berlijn.

abstracte kunst
Jacob Bendien behoorde tot de groep eerste Nederlandse kunstenaars die volledig abstracte kunst maakten.

het Meditisme
Te midden van de kunststijlen in de jaren 1910-1930 proclameerde Bendien zijn eigen kunststijl: het Meditisme. Het was met name in zijn tekeningen dat hij voor zichzelf deze nieuwe stijl tot uiting zag komen. De ‘levensgrond’ was een centraal begrip binnen zijn Meditisme, evenals het ‘individu’. Beide werden naar eigen zeggen met name in zijn tekeningen op elkaar betrokken en door allerlei verschillende kwaliteiten in lijnvoeringen verbeeld.

Lijnen in de onderkant van een tekening hadden voor Bendien bijvoorbeeld een geheel andere psychologische waarde dan eenzelfde lijn in het bovenvlak.

Hij was een kunstenaar die bewust gebruik maakte van de vele praktische mogelijkheden van de lijn en van de invloed van de door hem gehanteerde materialen hierop. Korrelige, strakke, dikke of dunne lijnen, hun verschillende karakter werd door Bendien bewust benut binnen zijn gepraktiseerde Meditisme

lijnvoering
Al in 1912 kwamen zijn eerste abstracte werken tot stand in Parijs. Bendien onderscheidde zich van die Nederlandse abstracte kunstenaars, die zich -zoals Mondriaan- met name richtten op het net ontstane kubisme om van daaruit door gebruik van strakke vlakken en rechte lijnen tot abstracte, hoekige composities te vormen. Bij Bendien en verwante kunstenaars werd de lijnvoering in de abstracte composities daarentegen bewust gevoelig gehanteerd, vaak zwierig en uitsluitend organisch.

Parijse jaren
In zijn Parijse jaren trok Bendien aanvankelijk intensief op met de Nederlandse beeldhouwer John Rädecker; beiden hadden er een arme en moeizame tijd. Daarna groeide er het intensieve contact met de jonge schilder Jan van Deene in wie Bendien veel verwantschap herkende met zijn eigen kunstopvatting. Al vrij snel ontstonden er onder invloed van het grote aanbod aan moderne kunst in Parijs hun eerste, niet langer op de voorstelling gebaseerde composities.

Amsterdam
Op de Amsterdamse tentoonstelling van De Moderne Kunstkring in 1912 (Bendien was toen 22 jaar) werden deze abstracte schilderijen voor het eerst in Nederland tentoongesteld, te midden van het werk van andere avantgardekunstenaars uit binnen- en buitenland. Ze trokken nog nauwelijks aandacht.

het abstracte en het figuratieve
De teken- en schilderkunst van Bendien kenmerkt zich sowieso van 1915 tot aan zijn dood in 1933 door een heen en weer gaande beweging tussen het abstracte en het figuratieve.

Consequent weigerde hij onderscheid te maken tussen deze twee kanten van het moderne schilderen.  Bendien wilde geen onderscheid  maken; zowel zijn abstracte als zijn figuratieve kunst gaven naar zijn mening uitdrukking aan menselijke gevoelens.

De Onafhankelijken
Na 1912 waren het met name de tentoonstellingen van de Amsterdamse kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken waar de Nederlandse ‘Parijse’ kunstenaars voor het eerst hun abstracte werken toonden aan het Hollandse publiek. Een belangrijk deel van de Nederlandse pers was daar zeer kritisch over.

Zoals in 1913, toen Jacob Bendien met Jan Harders, Chris Hassoldt, John Rädecker en Jan van Deene voor het eerst de ‘Absolute schilderkunst’ in Nederland proclameerden. De noodzaak om met hun kunst tot ‘zuiverheid’ en tot ‘innerlijkheid’ te komen werd door Bendien en Deene voortdurend betoogd; Bendien zelf zou dit tot aan zijn -vroege- dood blijven herhalen.

kunsttheoreticus
Naast kunstenaar was Bendien actief kunsttheoreticus. Hij bezat een breed overzicht overzicht van de moderne stromingen van zijn eigen tijd, gezien zijn boek ‘Richtingen in de hedendaagsche schilderkunst’;

Het veld van de moderne kunst in zijn tijd onderscheidde hij in twee duidelijke polen. Er was de dynamische, vitale en ongebonden kant waarin de emoties van de kunstenaar de belangrijkste rol speelden in het genereren van het kunstwerk; dit onderkende hij onder andere in het futurisme, het Duitse expressionisme, het surrealisme, de kunst van Kandinsky en van Dada.

Daartegenover plaatste hij de kunst waarin gestreefd werd naar een zuiverheid en naar beheersing van de emoties door middel van ‘de geest’. Deze benadering herkende hij zowel in de abstracte en figuratieve kunst; hij onderkende het in het werk van Mondriaan en Van Doesburg, de kubisten, de schilders van de Nieuwe Zakelijkheid (met name in Duitsland) en in zijn eigen werk: het Meditisme. Daarbij zag hij Mondriaan als dogmatisch in zijn abstractie en zichzelf als mediterend, intuïtief en vrij, omdat hij zowel figuratie als abstractie wilde toelaten in zijn eigen kunst.

geestelijk mentor
Bendien werd door zijn inspirerende inzichten een geestelijk mentor van belangrijke mensen uit de toenmalige kunstwereld zoals de productieve kunstcriticus A.M. Hammacher en de wandschilder en latere directeur van de Amsterdamse Rijksacademie Roland Holst.

tuberculose
In de laatste vier jaar van zijn leven was hij hij lichamelijk beperkt door tuberculose; het waren de jaren waarin hij samen met mevr. A. Harrestein-Schräder een overzicht schreef van alle moderne Europese kunstrichtingen uit zijn tijd: Richtingen in de hedendaagsche schilderkunst.

overlijden
Hij stierf in Amsterdam in 1933 aan tuberculose.

Na zijn dood werd dit manuscript in 1935 postuum uitgegeven bij Brusse N.V. te Rotterdam, na redactie en aanvulling door A. Hammacher, J.G. van Gelder en W. Hilbers.

bron: wikipedia

Overleden voor WOIIKunstenaars in Parijsparijs