Jan Frans Cantre

Gent 1886 – 1931 Gent

houtsnijder,  illustrator, steenhouwer en schilder. Cantre vond zijn inspiratie in de mens: arbeidende boeren, vrome ouderlingen, volkstypen, pelgrims.

Opleiding en werk
Jan-Frans Cantré was een Vlaams kunstenaar. Hij kreeg zijn artistieke opleiding aan de Gentse Academie van 1897 tot 1905.

De Vijf
Hij kreeg tussen 1920 en 1923 bekendheid als houtsnijder. Cantré behoorde met zijn broer Jozef Cantre ,met Frans Masereel, Henri Van Straten en Joris Minne tot de belangrijke groep houtsnijders die na de Eerste Wereldoorlog de Vlaamse houtgraveerkunst renoveerden. Zij werden “De Vijf” genoemd

In 1926 stichtte hij de “Vereniging van Belgische houtsnijders”. 

sculpturaal werk
Zijn sculpturaal werk daarentegen kreeg nooit veel aandacht. Maar hij maakte o.a. het Anseele-monument op het Zuid in Gent, een zwevend hoofd van Peter Benoit tegen een betonnen achtergrond aan de Wapper in Antwerpen en het uit Nederland naar Deerlijk getransporteerde grafmonument voor René De Clercq. 

crisis
Cantré werkt in tijden van crisis, voor kunstenaars al voelbaar nog voor Wall Street overkop gaat. Zijn vrienden Gust De Smet en Frits Van den Berghe brengt hij samen in een dubbelportret in de vorm van een Januskop. Van de Benoit heeft hij een maquette gemaakt, maar enkel het hoofd werd gerealiseerd. Om er nog iets aan te verdienen heeft hij er verkleinde plaasteren replica’s van verkocht. Voor het Anseele-monument heeft hij ook heel wat tegenkanting gekregen en bovendien brak de oorlog uit. De stenen, zorgvuldig door hem uitgekozen, werden daarom jarenlang in de garage Mahy verborgen. Zijn beelden vielen wel op, oogstten levendige commentaar, maar de verkoop viel tegen.

tijdschriften 
Hij bewonderde de mensen van Die Brücke en van Der Blaue Reiter. Typisch voor die jaren is de overvloed aan tijdschriften; voor de kunstenaars een vrij goedkope manier om hun werk kenbaar te maken, maar vooral een gedroomd uitwisselingsplatform van ideeën, stijlen en technieken.”Cantré’s goede vriend Gust De Smet was geabonneerd op het tijdschrift Das Kunstblatt. Op het einde van de oorlog was dat toonaangevend op gebied van grafische kunsten. 

12 jaar ballingschap in Nederland
Op het einde van 1918 moet Jozef Cantré de wijk nemen naar Nederland en breekt voor hem een moeilijke tijd aan. 

Kort daarop wordt hij bij verstek veroordeeld tot 5 jaar cel en het betalen van een flinke geldboete omdat Cantré voor en tijdens de 1e wereldoorlog geëngageerd was in de sociale strijd bij de Jongsocialisten.

de Vlaamse Hogeschool
Volksverheffing was een kernbegrip en in de Gentse context viel dat samen met de emancipatiegedachte van de Vlaamse beweging. Tijdens de oorlog kreeg dit een concrete invulling met de Vlaamse Hogeschool. Cantré was er ingeschreven als vrije student en bracht het in 1918 tot assistent, dit was strafbaar.

Anderzijds had hij de herinneringspenning ontworpen voor het honderdjarig bestaan van de universiteit. Bovendien had hij meegewerkt aan een tijdschrift dat de rechtbank als wederlands (?) bestempelde. En als dat nog niet genoeg was, had hij zich, net als zijn vriend Masereel in Zwitserland, geëngageerd in het pacifisme.

kunsthandel René de Clercq
De volgende twaalf jaar brengt Cantré door in ballingschap. Ballingschap en tegenslagen hebben niet geleid tot isolement of miskenning. Jozef Cantré genoot veel waardering van collega’s. Hij bleef in contact blijft met het kunstleven in België. Ook zijn er contacten in Nederland, zoals met dichter René de Clercq. Rene de Clerck zet een kunsthandel op en kan verzamelaars in Nederland en daarbuiten voor het werk van de Vlaamse bannelingen interesseren. Er zijn zoveel kanalen om zijn werk kenbaar te maken; Albert Daenens met zijn anarchistisch tijdschrift Haro!, Paul-Gustave Van Hecke, die hij nog kent uit het vooroorlogse Gent, met de kunstgalerij Sélection en het gelijknamige tijdschrift, de Antwerpenaar Roger Avermaete met zijn tijdschrift Lumière en het tijdschrift Ruimte.

tussenpersoon
Zijn echtgenote, die probleemloos naar België mag reizen, treedt op als tussenpersoon: om clichés en werken te bezorgen, soms om geld op te halen. 

Het verloopt moeizaam en voorzichtigheid is geboden: door zijn veroordeling bestaat de kans op inbeslagname. Rijk wordt hij er niet van en soms ontbreekt zelfs het geld voor postzegels om clichés op te zenden. 

Het leven in Nederland is duurder dan in België en bovendien is de wisselkoers ongunstig. Hierdoor wordt hij verplicht hoge prijzen te vragen voor zijn werk en dat komt de verkoop niet ten goede. Gelukkig kan hij terugvallen op zijn uitgebreid netwerk in de twee landen.

literatoren
Tal van literatoren willen hem inschakelen om hun werk te illustreren: Karel Van de Woestijne, Herman Teirlinck, Wies Moens, zijn kompanen van op de universiteit: Richard Minne, Maurice Roelants, Raymond Herreman, Achilles Mussche. 

In Nederland illustreert hij onder meer Hendrik Marsman en maakt hij enkele opmerkelijke illustraties voor De Gemeenschap, een progressief-katholiek tijdschrift. Het ontwerpen van ex librissen brengt ook enig financieel soelaas.

uitdoofwet
In 1929 treedt in België een ‘uitdoofwet’ in werking, hierdoor wordt Cantré’s straf opgeschort en neemt zijn ballingschap een einde. De terugkeer verloopt in mineur. Net op dat tijdstip verliest hij een kind. De financiële zorgen zijn verre van voorbij.

socialistische voorman Anseele 
Na de dood van de socialistische voorman in februari 1938 wordt een wedstrijd uitgeschreven voor een gedenkteken. Cantre doet mee. Het ontwerp van Jozef Cantré steekt overtuigend uit boven de concurrentie, maar er is veel tegenwerking uit radicaal rechtse hoek, van het tijdschrift Cassandre. Ook La Flandre libérale gooit met modder. Uiteindelijk drukt juryvoorzitter Emile Langui de beslissing erdoor. Cantré krijgt de opdracht. Maar het is nog wachten tot 1948 vooraleer het monument onthuld kan worden.
Het Anseele-monument is een mijlpaal in zijn carrière. De kolossale figuur van Anseele rijst op uit de stenen massa, een brok vastberaden weerbaarheid. Samen met acht medewerkers heeft hij aan het beeld gewerkt.

Ossip Zadkine
Ossip Zadkine en Cantré konden het bijzonder goed met elkaar vinden. Zij leerden elkaar kennen in Nederland bij dokter Hendrik Wiegersma in 1927 en het klikte gelijk. In 1950 wilde iemand tijdens een diner te Brussel Cantré aan Zadkine voorstellen. Deze schaterde het uit: ‘Cantré? Die ken ik al honderd jaar!’”

bron : wikipedia /okv.be / Peter J.H. Pauwels: Jozef Cantré, Beeldhouwer & Houtsnijder

Overleden voor WOIIkunstenaars in Amsterdam