Jan Toorop

Johannes Theodorus ‘Jan’ Toorop

Nederlands-Indië 1858 – Den Haag 1928

belangrijk
Jan Toorop was een van de belangrijkste Nederlandse beeldend kunstenaars uit de periode 1880-1910.  Aanvankelijk schilderde hij in impressionistische stijl, maar via het pointillisme ontwikkelde hij zich tot symbolistisch schilder.

art nouveau
Toorop was ook actief als portrettekenaar en hij ontwierp keramiek, reclame-affiches en boekbanden. De Nederlandse art nouveau wordt vaak met zijn werk geassocieerd. In de laatste twintig jaar van zijn leven was hij sterk rooms-katholiek geïnspireerd.

vier generaties kunstenaars
Hij was de vader van Charley Toorop, grootvader van de kunstenaar Edgar Fernhout en de cineast John Fernhout en overgrootvader van Rik Fernhout – vier generaties kunstenaars.

Java
Jan Toorop werd geboren op Midden-Java. Jan Toorop’s vader Christoffel Theodoor Toorop was griffier in Nederlands-Indië.

jeugd
De wilde en geheimzinnige natuur van het oerwoud op Banka waarmee zijn vader hem liet kennismaken en het schaduwspel van wajang-poppen waarmee in zijn jeugd de avond kon worden gevuld, lieten een blijvende indruk na. Deze ervaringen prikkelden zijn fantasie en inspireerden het spel van bewegende lijnen in zijn symbolische werken. Hij vermengde in zijn symboliek invloeden van het westen met die van het oosten.

exotisch uiterlijk
Jan Toorop had een donkere huidskleur en verhulde niet dat hij van gemengde afkomst was, een Indo in het Nederlands taalgebruik. Zijn exotische uiterlijk had een betoverende invloed op sommige van zijn bewonderaars, met name vrouwelijke, die hij vermaakte met verzonnen verhalen over de Javaanse aristocratie. Zijn onderhoudende en beminnelijke aard bezorgde hem gemakkelijk vrienden. Toorop was kosmopoliet maar bleef zijn Indische achtergrond trouw. In een interview zei hij hierover:

“Indië kan niet uit mij worden weggedacht. De grondslag van mijn werk is Oosters..”

Nederland
Na anderhalf jaar school in Batavia vertrok Jan in 1869 naar Nederland om daar een betere opleiding te krijgen, terwijl zijn familie achterbleef in Nederlands-Indië.

opleiding
Oorspronkelijk was zijn opleiding op het commerciële gericht, maar zijn artistieke belangstelling bracht hem naar de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam, van 1880 tot 1882, onder leiding van August Allebé, en toen naar de Academie voor Schone Kunsten in Brussel.

avant-gardistisch
Zijn verblijf in 1883 te Brussel zou positief bepalend worden voor zijn kunstenaarsvorming. Hij deelde een tijdlang een atelier met de symbolistische schilder William Degouve de Nuncques en de letterkundigen Emile Verhaeren en Maurice Maeterlinck en dompelde zich onder in het kunstzinnige avant-gardistische milieu, dat gedomineerd werd door James Ensor en Fernand Khnopff.

reizen
In 1884 en 1885 maakte hij reizen naar Frankrijk en Engeland. Hij werd in 1885 al opgenomen als lid in de progressistische groep Les XX van Octave Maus.

Met zijn vriend Ensor trok hij naar Parijs en kwam er onder indruk van het pointillisme van Georges Seurat en Paul Signac. Met Verhaeren reisde hij naar Londen in 1884 en 1886. Daar werd hij getroffen door het werk van de impressionist James McNeill Whistler.

huwelijk
In 1886 trouwde hij met de twee jaar jongere uit Ierland afkomstige Annie Hall. In 1887 woonden zij kort in Amerongen, maar in 1888-1889 in Engeland. In 1890 introduceerde hij Johan Thorn Prikker in de Belgische Kunstacademie Les XX.

lineair idealisme
In Nederland ontwikkelde Toorop zijn ‘lineair idealisme’ in een religieus gerichte art-nouveaustijl, waarmee hij de richting van het symbolisme insloeg.

slaoliestijl
In 1894 maakte hij een lithografie voor de NOF ter promotie van Delftsche Slaolie, waarin de jugendstil heel sterk tot uitdrukking kwam. Door de bekendheid van deze litho werd art nouveau in Nederland ook wel slaoliestijl genoemd.

Katwijk aan Zee en Domburg
Van 1890 tot 1892 en van 1899 tot 1904 woonde hij in Katwijk aan Zee. Hier maakte hij onder andere De Zee (Rijksmuseum Amsterdam). In Katwijk werd in 1891 zijn dochter Charley geboren.

In het eind van de 19e eeuw woonde Toorop in een klein huisje op de Markt in Domburg, op Walcheren. Hij werkte samen met een groep bevriende schilders, onder wie Marinus Zwart en Piet Mondriaan. Van een gezamenlijk streven of een gemeenschappelijke stijl was geen sprake. Ieder volgde zijn individuele persoonlijkheid, maar wel zochten ze hun inspiratie onder ‘het Zeeuwse Licht’, in het duinlandschap, de bossen, en de karakteristieke Zeeuwse bevolking. Toorop was er het middelpunt van. Hij bleef Domburg twintig jaar lang regelmatig bezoeken.

Beurs van Berlage
In 1902-1903 besteedde Toorop veel tijd aan zijn kunstwerken in de nieuwe koopmansbeurs van Amsterdam, het gesamtkunstwerk ontworpen door H.P. Berlage, tegenwoordig de Beurs van Berlage. Voor de hoofdingang van de Beurs ontwierp Toorop de drie grote tegeltableaus, ‘Verleden, Heden en Toekomst’. Ook voor de Graanbeurszaal en de Effectenbeurszaal maakte hij tegeltableaus.

Alle werken in de Beurs hebben ideële thema’s zoals de emancipatie van vrouwen en de verheffing van arbeiders. Soms wordt een frappante spanning tussen deze symboliek en de kapitalistische functie van de Beurs geconstateerd. In het Beurs van Berlage Café in de oude hoofdingang aan het Beursplein is dit nog dagelijks te ervaren.

Amsterdam en Nijmegen
Na Domburg woonde de familie van 1904 tot 1907 in Amsterdam en daar schilderde hij landschappen en portretten in een forsere stijl. Toorop werd er voorzitter van de Moderne Kunstkring. In deze periode bekeerde hij zich tot het rooms-katholieke geloof. Hij verhuisde in 1908 naar Nijmegen (tot 1916) waar hij veel van zijn religieus werk vervaardigde.

muze
In 1912 bracht de te Oosterbeek woonachtige schilderes en letterkundige Miek Janssen (1890-1953) Toorop een bezoek in zijn Nijmeegse atelier en dit bleek de start van een relatie. Zij was dichteres en een diepgelovige katholiek, die alles voor de kunst van Toorop over had en veel over hem publiceerde.

In het begin was er sprake van een meester-leerling-verhouding. Maar Toorop werd sterk door haar geïnspireerd vanuit een mystiek-katholieke achtergrond. Hij had waardering voor haar gedichten en vatte uiteindelijk een vaderlijke liefde – hij was 32 jaar ouder – voor haar op.

Hij illustreerde  haar diverse dichtbundels  en zij stond meerdere malen model voor zijn werk. Zo maakte hij in 1914 en 1915 twee portretstudies van haar en verschillende versies van La Belgique sanglante (1914) waarin hij zichzelf naast haar afbeeldde.

Toorop’s vrouw Annie zag de vriendschap van het tweetal met lede ogen aan, maar Miek Janssen was tot zijn dood in 1928 een steun en toeverlaat voor hem.

overlijden
Op 3 maart 1928 overleed hij in zijn toenmalige woonplaats, Den Haag, 69 jaar oud. Hij werd te ruste gelegd op de katholieke begraafplaats Sint Petrus Banden aan de Kerkhoflaan. Het graf is ontworpen door de architect A.J. Kropholler.

bron: wikipedia

Overleden voor WOIIAugust Allebékunstenaars in Parijs