Karel Petrus Cornelis de Bazel

Den Helder  1869 – 1923 Amsterdam

Karel Petrus Cornelis de Bazel was een Nederlands architect, graveur, tekenaar, meubelontwerper, tapijtontwerper, glaskunstenaar en boekbandontwerper. 

Hij was de leraar van Adriaan Frederik van der Weij en de eerste voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA).

jeugd
Karel de Bazel zelf werd geboren in Den Helder uit ongehuwde ouders. Hij zal in eerste instantie Karel Koch hebben geheten, naar zijn moeder Pieternella Elizabeth Koch. De vroedvrouw kwam hem aangeven bij de burgerlijke stand, twee veldwachters waren getuigen. Pas een jaar na zijn geboorte werden Karel en zijn drie jaar oudere broer erkend door hun vader, toen deze in het huwelijk trad met hun moeder.
Karel de Bazel was een zoon van Karel Pieter Cornelis de Bazel, conciërge van het Ministerie van Marine, en Petronella Elisabeth Koch. De Bazel kwam uit een eenvoudig milieu.

opleiding
Bazel bezocht slechts de lagere school, vervolgens ging hij bij een timmerman in de leer.
Op dertienjarige leeftijd liet hij zich inschrijven voor een avondopleiding bouwkunde aan de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Hier kreeg hij les van H.P. Vogel, die een uitgesproken voorkeur voor het neoclassicisme aan de dag legde, en van J.H.A. Mialaret, een aanhanger van de Franse architect E.M. Viollet-le-Duc. 

Hoewel De Bazel tijdens zijn academietijd achtereenvolgens onder invloed stond van een classicist (Vogel) en een neogoticus (Mialaret) zou hij geen van deze kanten opgaan, maar een geheel eigen stijl ontwikkelen.

werk
Na zijn avondopleiding bouwkunde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag werd hij in 1888 aangesteld als tekenaar bij het Haags architectenbureau Nieukerken. 

Cuypers
In 1889 kwam De Bazel via zijn broer, die als vertaler Frans bij een uitgeverij in Leiden werkte, als tekenaar te werken op het bureau van P.J.H. Cuypers in Amsterdam. 

Cuypers, die zeer onder de indruk was van de kwaliteiten van De Bazel, stelde hem in 1890 aan als opzichter bij de bouw van de St. Vituskerk te Hilversum. 

Een ernstige ziekte aan het einde van dat jaar leek deze loopbaan ernstig te hinderen, maar nadat hij een zogenaamde ‘Kneipp’-kuur in Duitsland had ondergaan kon hij toch na terugkeer in Nederland chef de bureau van Cuypers’ Amsterdamse bureau worden. 

modeltekenen
Tevens volgde hij toen tussen 1892 en 1894 als aanvulling op zijn bouwkundige opleiding een avondcursus modeltekenen aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam.

Gezin

huwelijk
In 1895 trouwde De Bazel met Maria Wilhelmina Gesina Oosschot. Ze woonden op Nicolaas Beetsstraat 20 waar hun eerste dochter werd geboren. Daarna verliet het echtpaar Amsterdam voor Velsen, waar ze nog een dochter kregen. Uiteindelijk vestigden zij zich in de villawijk De Spiegel in Bussum, waar nog twee dochters werden geboren.

chef de bureau
Bekend uit deze periode zijn onder andere zijn perspectieftekeningen van de Sint-Vituskerk te Hilversum en de Sint-Bavokathedraal in Haarlem. Cuypers, die zeer onder de indruk was van dit werk, bevorderde De Bazel tot opzichter en later tot chef de bureau. 

ethisch-anarchistische vereniging Wie Denkt Overwint. 
In 1894 werden De Bazel en Lauweriks lid van de ethisch-anarchistische, later theosofische, vereniging Wie Denkt Overwint. 

Voor het blad van deze vereniging Licht en waarheid maakten beiden tussen 1894 en 1895 een groot aantal illustraties, die voornamelijk een ethische, antiklerikale en anarchistische strekking hadden. 

Theosofische Vereeniging
Mede onder invloed van de oprichter van Wie Denkt Overwint, de predikant W. Meng, werd De Bazel in 1894 lid van de Theosofische Vereeniging. 

Dit lidmaatschap werd een van de aanleidingen voor een breuk met de overtuigd rooms-katholieke Cuypers. 

atelier voor architectuur, kunstnijverheid en decoratieve kunsten
In 1895 verlieten De Bazel en Johannes Ludovicus Mathieu Lauweriks samen Cuypers’ bureau en richtten een atelier voor architectuur, kunstnijverheid en decoratieve kunsten op, dat tot 1900 zou bestaan. 

grote invloed
Van dit atelier ging op het gebied van de interieurkunst een grote invloed uit, en het kan beschouwd worden als voorloper van de firma’s Arts and Crafts en ’t Binnenhuis. 

De stijl van De Bazel, die vóór 1900 voornamelijk als versieringskunstenaar en meubelontwerper werkzaam was, werd in deze jaren gekenmerkt door beweeglijkheid en door een veelvuldige toepassing van gestileerde ornamenten. 

Egyptische en Assyrische kunst
De inspiratie hiervoor had hij in 1893 opgedaan tijdens een zesweekse reis naar Londen, waar hij samen met Lauweriks in het Brits Museum tekeningen maakte van Egyptische en Assyrische kunst. 

Het vroegste voorbeeld van zijn door de Oudheid geïnspireerde stijl is een ontwerp voor een titelvignet dat hij in 1894 had ingezonden op een door het Bouwkundig weekblad uitgeschreven prijsvraag.

Vahânaloge
Tussen 1897 en 1902 gaven Bazel, Lauweriks en H.J.M. Walenkamp cursussen in de door hen opgerichte theosofische Vahânaloge in Amsterdam (1896-1931) in tekenen, kunstgeschiedenis en esthetica. Hierbij legden zij verbanden tussen een wiskundige architectonische orde, de natuur en de kosmos

en het leren ontwerpen met behulp van driehoeken. Deze door De Bazel toegepaste ontwerpmethode heeft later Berlage beïnvloed bij zijn uiteindelijk ontwerp voor de Amsterdamse koopmansbeurs(1898). (Na 1900 stapte De Bazel van het gebruik van driehoeken af en nam voornamelijk het vierkant als uitgangspunt)

De Bazel trachtte bovendien zijn esthetische en levensbeschouwelijke denkbeelden uit te dragen door in 1897 de functie van leraar aan de School voor Kunstnijverheid te Haarlem te aanvaarden 

Quellinusschool
In 1900 werd hij leraar aan de Amsterdamse Quellinusschool, waar hij les gaf in ornamenttekenen aan bouwkundigen en beeldhouwers.

meubelatelier De Ploeg
In 1904 richtte hij met zijn zwager Kees Oosschot en Klaas van Leeuwen het beroemd geworden Amsterdamse meubelatelier De Ploeg op. 

De oprichting van De Ploeg werd mede ingegeven door het bezwaar dat De Bazel had tegen de commerciële werkwijze bij ’t Binnenhuis. De meubelen die in de beginperiode van het atelier naar ontwerp van De Bazel en Van Leeuwen werden vervaardigd tonen eenvoudige en strakke vormen, die grote overeenkomst vertonen met door H.P. Berlage ontworpen meubelen. 

Nadat Van Leeuwen De Ploeg in 1906 had verlaten waren de ontwerpen uitsluitend van De Bazel afkomstig. 

Een wieg voor prinses Juliana
Een goed voorbeeld van de productie uit deze periode is de in 1909 voor prinses Juliana vervaardigde wieg. Dit meubel wordt gekenmerkt door kostbare materialen en door een rijke toepassing van het ornament en een Pulchrikast die hij ontwierp ter gelegenheid van het huwelijk van Koningin Wilhelmina met prins Hendrik in 1901. 

Ook de postzegels ter ere van het eeuwfeest van het koninkrijk in 1913 werden door De Bazel ontworpen. Hiervoor portretteerde hij Koningin Wilhelmina en haar drie voorgangers Koning Willem I, II en III.

Berlage
Later was hij, samen met Hendrik Petrus Berlage, voorman van een bouwstijl die kenmerkend zou worden voor de tijd in en na de Eerste Wereldoorlog: het Rationalisme. De bouwkundige ontwerpen van De Bazel worden gekenmerkt door oosterse invloeden.

Stadsarchief, Vijzelstraat
De Bazel ontwierp onder andere een kantoorgebouw voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij, gebouwd 1919-1926, aan de Vijzelstraat 32 in Amsterdam, waarin ook veel van de elementen in het interieur door hem zijn ontworpen. 

De interieurs werden uitgevoerd door de firma J.B. Hillen waar ook Oosschot het houtsnijwerk uitvoerde. Het voormalige kantoorgebouw wordt inmiddels naar hem De Bazel genoemd, en huisvest sinds 2007 het stadsarchief van Amsterdam. 

Gebouwen van De Bazel
Andere ontwerpen van De Bazel zijn onder meer het gebouw van de Nederlandse Heidemaatschappij in Arnhem, tussen 1913 en 1916 in Amsterdam een aantal arbeiderswoningen in de Spaarndammerbuurt, de modelboerderij Hofstede Oud Bussem, op het landgoed met dezelfde naam in het Gooi. Dit complex werd gesticht door de vermogende student J. van Woensel Kooy (1878-1903). Dit werk werd door Berlage en door Dudok zijn beste werk genoemd.

woonwijkjes
Ook bouwde hij diverse woonwijkjes voor arbeiders en middenkader in Eindhoven en Dieren. 

vrijmetselaars- en theosofentempel 

In Den Haag bouwde De Bazel in 1916 een vrijmetselaars- en theosofentempel in de De Ruyterstraat 67 (die nu onderdeel is van het Museum voor Communicatie) en de Synagoge van Enschede, een ontwerp dat pas na zijn dood werd uitgevoerd. 

Godelindebuurt 
De gemeente Bussum vroeg aan De Bazel om een nieuwe woonwijk voor de arbeiders te ontwerpen, vanaf 1918 werden in de Godelindebuurt 143 woningen gebouwd.

het Brediuskwartier 
In 1921 kreeg hij van de gemeente Bussum de opdracht om nog een nieuwe woonwijk te ontwerpen, het Brediuskwartier. Dit werd een van de mooiste en meest compleet overgebleven voorbeelden van een woon/villawijk in Amsterdamse School-stijl in Nederland. In 2006 is de wijk door het rijk officieel aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

Leerdammer glas
De Bazel was tevens een van de spraakmakende ontwerpers van de glasfabriek in Leerdam, die vanaf 1915 kunstenaars inschakelde bij het ontwerpen van gebruiks- en sierglas. Ook architecten als Berlage en Frank Lloyd Wright behoorden tot de ontwerpers van het Leerdammer glas.

overleden
Karel de Bazel overleed ten gevolge van een longaandoening op 54-jarige leeftijd in de trein van zijn woonplaats Bussum naar Amsterdam terwijl hij onderweg was naar de begrafenis van zijn collega-architect Michel de Klerk. Hij maakte de voltooiing van een van zijn belangrijkste ontwerpen – het gebouw van de Nederlandsche Handel-Maatschappij – in 1926 niet meer mee. De Bazel werd begraven op begraafplaats Westerveld in Driehuis.

bron wikipedia / amsterdam.nl / resources.huygens.knaw.nl
fotobron: amsterdamopdekaart.nl

Overleden voor WOIIAmsterdam