Mozes Cohen

Mozes ‘Moos’ Cohen

Tiel 1901-1942 Auschwitz

Cohens vrije werk bestaat uit landschappen en taferelen uit het dagelijkse leven, maar ook uit portretten van zijn familieleven.

jeugd
Mozes ‘Moos’ Cohen was de jongste in een gezin van vier kinderen. Zijn ouders waren Rosina en Abraham Cohen Levie, die een slagerij dreven.

In 1912 ging Moos na de lagere school naar de HBS. Het leren ging hem gemakkelijk af en ook voor tekenen bleek hij een behoorlijke aanleg te hebben.

In deze tijd tekende hij veel in de Betuwe, de streek waar zijn familie al lange tijd woonde en waar hij zich thuis voelde.

Buiten schooltijd kreeg Cohen van Rabbijn S.C. Kleerekooper les in de Joodse riten en een tijdlang dacht hij erover om rabbijn te worden.

opleiding
Toch koos hij voor het tekenen en in 1921 ging hij naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam.

Tijdens zijn academietijd heeft Moos Cohen veel in de Jodenbuurt getekend, waar hij het verschil ontdekte tussen de Joden uit Amsterdam en die uit de provincie.

Als ‘provinciaal’ vond Cohen het moeilijk aansluiting te krijgen bij de Amsterdamse Joden en eigenlijk was hij ook meer geïnteresseerd in de omgeving dan in de mensen. Portretten schilderde hij in die tijd alleen als hij een opdracht kreeg.

In 1928 voltooide hij zijn opleiding aan de academie, waarna hij in Amsterdam bleef wonen en werken.

Moos Cohen heeft ateliers gehad aan de Prinsengracht en aan de Stadhouderskade.

Als bewonderaar van de werken en de techniek van de vijftiende-eeuwse schilder Jan van Eyck werkte Moos Cohen ambachtelijk en mengde hij zijn verf zelf.

docentschap
Omdat hij niet alleen van schilderen kon leven ging Cohen tekenles geven aan de Amsterdamse Hendrick de Keyserschool. Daarnaast maakte hij in opdracht reclametekeningen en technische tekeningen onder andere voor het bedrijf van zijn zwager Jaap Hoogstraal.

lidmaatschappen
In 1934 debuteerde hij bij Arti en Amicitiae met tekeningen en bij St. Lucas met portretten en stadsgezichten.  Hij was ook lid van de in 1936 opgerichte kunstenaarsvereniging  ‘De Populistenkring’.

huwelijk
Voor veel schilderijen stond zijn partner Truus Bessems model. Na een jarenlange relatie traden zij in 1938 in het huwelijk. De verbintenis zou kinderloos blijven.

Ro Mogendorff
Ro Mogendorff was een goede vriendin van Moos. Van de vanuit hun vriendschap geschreven brieven zijn er meerdere bewaard gebeleven. De brieven beslaan de periode 1924 – 1941. In zijn brieven spreekt hij haar aan met Ro’tje. In juni 1928 verblijft hij enige tijd in Antwerpen en intussen kan Ro zijn atelier gebruiken.

In 1931 vraagt Cohen haar in een brief om een bestelling. Hij vraagt Ro lege jampotten te gebruiken die op de tafel achter de gordijnen in zijn atelier staan. Hierin moeten dan diverse poederverven, titaan wit, goud oker, gebrande geel oker, cadmium rood, cadmium geel, cadmium oranje, ultramarijn blauw, cobalt blauw, kraplak. Te halen bij v.Hemert, drogist in de Utrechtse straat vlak bij de opbelboekhandel. Deze moeten dan naar naar Zweden worden verzonden, vanwaar hij haar schijft.

Stadhouderskade
Martin Monnickendam woonde bij hem in de straat, op de Stadhouderskade

WO II
Tijdens de Duitse bezetting werd het Cohen onmogelijk gemaakt zijn werk nog langer te exposeren en te verkopen. Omdat hij brodeloos dreigde te worden werd hij tekenleraar aan de Joodsche HBS.

overlijden
In 1942 probeerde hij te vluchten, maar op weg naar Zwitserland werd hij opgepakt en via het Franse doorgangskamp Drancy naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij op 7 november 1942 werd vermoord.

collecties
Het Streekmuseum De Groote Sociëteit in Tiel en het Joods Historisch Museum te Amsterdam hebben werk van hem in de collectie.

wandschilderingen
Wat er is gebeurd met de twee grote wandschilderingen, die hij in 1940 aanbracht in het trappenhuis van het gebouw van de Dienst Stadsreiniging in Amsterdam-West en die vanwege afbraak van het gebouw in 2004 waren ingepakt, is onduidelijk.

bron: mooscohen.nl

Literatuur:

Catalogus expositie Moos Cohen. Streekmuseum De Groote Sociëteit. Tiel 1989.

Rena Fuks-Mansfeld (red. e.a.), Joden in Nederland in de twintigste eeuw. Een biografisch woordenboek. Uitgeverij Het Spectrum. Utrecht 2007, p. 52.

H. Minkenhof, Mozes Cohen en zijn schildersambacht, Het Joodsche Weekblad  1 (27-02-1942)  no. 47, p. 5.

Anne Matena, Bewogen verleden: beelden van een verstoord leven stilgezet. Waanders uitgevers. Zwolle 1995.

Max Nord, Jan van Adrichem (e.a.), Rebel, mijn hart. Kunstenaars 1940-1945. Waanders uitgevers. Zwolle 1995, p. 111 [tekst uit database JHM].

Overleden tijdens WOIIArti et Amicitiae