Nettie Bromberg

Nettie Bromberg

Amsterdam 1920-1990 Jeruzalem

Nettie Bromberg werd geboren op 20 juli 1920 in de Dufaystraat, nabij het Concert-gebouw, in Amsterdam.

Zij was de enige dochter uit het huwelijk van Paul Bromberg en Constance Metz.

familie
Haar vader stamde van Asjkenazische (Hoogduitse) joden. Hij was in Amsterdam geborenen was meubelontwerper en binnenhuisarchitect van beroep. Hij schreef ook artikelen (voor vak- en weekbladen) en boeken over meubels en binnenhuisarchitectuur.

Haar moeder stamde uit een geslacht van Amsterdamse diamantairs. Nettie had een broer, Paul Bromberg junior, die scheikundig ingenieur zou worden.

opleiding
In navolging van haar vader wilde Nettie binnenhuisarchitect worden. Na het behalen van haar HBS-B-diploma kreeg ze privéles van de betere leraren van de lagere en middelbare technische scholen in Amsterdam.

Vader Bromberg kiende haar lesprogramma uit. Hij vond dat de orthodoxe opleidingen teveel balwrapbox hadden – vakken waaraan je in de praktijk niets had.

Aanvankelijk wilde zij architect worden en ze volgde daartoe een opleiding bij P.C. Kardol, de Technische School Amsterdam en de MTS, Amsterdam, afd. constructie- en bouwkunde.

Meubeltekenlessen kreeg zij van A. Bodon, die evenals Paul Citroen verbonden was aan de Nieuwe Kunstschool te Amsterdam.

Gelijktijdig werkte zij bij het Architectenbureau A. Kramer, Amsterdam, van 1938-1939 en bij dat van haar vader, Paul Bromberg, van 1939-1942.

Praktische ervaring deed Nettie bij een bevriend architect in Amsterdam op. En vanaf 1939 werkte ze bij haar vader.

privéles in tekenen en schilderen
Inmiddels kreeg Nettie ook privéles in tekenen en schilderen van Paul Citroen. Op haar zestiende kreeg ze te horen dat zij zichzelf verder moest ontwikkelen. “Wat ik kan, kan zij ook”, sprak Citroen tot haar vader.

Mou van Dantzig, in zijn tijd een belangrijk kunstkenner, bracht haar de technieken van het schilderen bij.

Hans Jaffé, de conservator van het Stedelijk Museum in Amsterdam, wijdde Nettie in de kunstgeschiedenis in. Ook ging Nettie naar de Nieuwe Kunstschool te Amsterdam.

Nettie Bromberg trok zich niets aan van de geldende kunststromingen. Zij ontwikkelde haar eigen stijl en techniek. Tekenend, schilderend en aquarellerend maakte Nettie Bromberg portretten van mensen die haar na stonden, ook in de joodse geschiedenis en cultuur.

Bromberg was werkzaam in Amsterdam, Maastricht 1954 -1954 en Eijsden 1954 – 1990.

wo II
In de nazomer van 1942 dook Nettie’s moeder, Constance Bromberg, met haar zoontje in de Achterhoek onder. Nettie was inmiddels koerierster van een communistische cel, waarvan ook haar geliefde deel uitmaakte. Zijn naam was Jan Bool, zoon van een industrieel uit het Gooi, die aan de universiteit van Amsterdam Russisch studeerde. Jan voelde zich in toenemende mate tot het communisme aangetrokken en zette zich steeds feller tegen het kapitalisme af.

Vanwege haar joods uiterlijk werd Nettie, veiligheidshalve, op non-actief gesteld. Daarom vervoegde zij zich alsnog bij haar moeder in de Achterhoek.

Tussen Kerstmis 1942 en nieuwjaar 1943 begaf Nettie zich naar Amsterdam, waar zij vernam dat Jan dood was. Kapot keerde Nettie terug.

Op weg van Doetinchem naar Leeuwarden werd de familie Bromberg, in 1943, op het station in Arnhem opgepakt en op transport naar de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam gesteld.

Vanuit Amsterdam gingen de joden naar Westerbork: het voorportaal van Auschwitz, waar ze massaal werden vergast. Paul junior werd met een besmettelijke ziekte in de Joodse Invalide opgenomen, het joodse ziekenhuis voor invalide en chronisch zieken, dat op 1 maart 1943 door de Duitsers werd ontruimd.

In de chaos van deze razzia werd Paul ‘ontvoerd’ door twee als verpleegster verklede leden van de verzetsorganisatie van zijn neef Dolf Helmann.

Dank zij de hulp van Ilse Vordebergse-Gildewart ontkwamen ook moeder Constance en dochter Nettie aan deportatie. Ilse was de (joodse) echtgenote van een Duits kunstenaar, die in 1933 naar Nederland was uitgeweken. Nazi’s hadden zijn avant-gardistisch werk als Entartete Kunst gebrandmerkt.

de Joodse Raad
Ilse maakte deel uit van de Joodse Raad, die de transporten vanuit Amsterdam naar Westerbork moest samenstellen en bepaalde wie vanwege onmisbaarheid moest worden gesperrt.

Zij schrapte Constance en Nettie Bromberg van de appellijst, waardoor zij bij het wegbrengen van wasgoed op een onderduikadres konden worden ondergebracht.

na wo II
Na het verzetswerk en de periode van onderduiken (op 26 adressen) besloot Nettie in 1945 uitsluitend als kunstschilder te gaan werken. Haar vader bezorgde de eerste opdrachten. Ze bestonden voornamelijk uit wanddecoraties en wandschilderingen.

Voor haar bijdrage aan de tentoonstelling Kunst in Vrijheid kreeg zij, in 1945, de Gerrit van der Veenmedaille. Met het schilderij van een eenzame man in een lege wereld -na de oorlog het lot van vele joden.

Het grote onrecht van de Tweede Wereldoorlog, rassenhaat en onrecht ook in andere tijden waren een belangrijk thema in haar werk.

studiereizen
Zij maakte studiereizen naar Belle Isle, Frankrijk, in 1939 o.l.v. de kunstschilder Kirchenbaum, naar Zweden en ging in 1945/46, op uitnodiging van de Zweedse regering, meerdere malen naar naar Italië en Israel.

werk
Omstreeks 1947 was haar portret van Einstein ‘schilderij van de week’ in het Stedelijk Museum te Amsterdam

Wanddecoraties van haar hand werden aangebracht in de directieketen van de S.H.V. te Utrecht (wandschildering ca.1946), in de woning van de familie Flach te Sneek (wandpaneel ca. 1947), in de directieketen van de fa. Perlstein & Roeperbosch, Hirschgebouw te Amsterdam (glasschildering gebrand door Tetterode ca. 1948) en in de tentoonstelling Jeugd van Nederland, RAI te Amsterdam in 1949.

Eenmanstentoonstellingen van haar werk werden gehouden in Kriterion, Am­sterdam ( ca. 1952), bij de fa. Polak & Schwarz, Hilversum (na 1954), in het Anne Frankhuis te Amsterdam (na. 1961), in het Cultureel Centrum van de Liberaal Joodse Gemeente te Amsterdam (twee maal, ca. 1976 en 1982) en bij AKZO, Arnhem (na 1981).

Nettie Bromberg nam deel aan de tentoonstellingen ‘Het grijs van het potlood te Weert’ en ‘Kunstenaars van de Voerstreek te Sint-Martens-Voeren’, België. Een groot portret dat zij schilderde van Janusz Korczak heeft een permanente plaats gekregen in de tentoonstellingsruimte van de kibbutz van oud-gettostrijders, Lochamei Hagueetaot bij Haifa in Israel.

huwelijk
Nettie Bromberg was van 1950 tot 1989 getrouwd met de Eijsdenaar J.H.R. Steijns, die in 1989 op 93-jarige leeftijd overleed. Nettie leefde in afzondering, had weinig contact met andere kunstenaars en concentreerde zich op haar werk zonder zich te bekommeren om de bekendheid en de erkenning ervan.

filosofie
Haar levenshouding heeft een sterke invloed ondergaan van de filosofie van Spinoza en diens navolger, Constantin Brunner, die de eenheid, de oneindigheid, het eeuwige en het absolute van de schepping stellen tegenover het relatieve en de beperktheid van de menselijke waarneming ervan.Haar stijl van uitbeelden gebruikt dan ook geen elementen die specifiek van deze tijd zijn maar probeert van alle tijden te zijn, tijdloos.

oeuvre
Behalve een honderdtal portretten en andere werken, die thans in particulier bezit zijn, heeft zij een indrukwekkend oeuvre nagelaten van meer dan 200 olie- en emulsie­verfschilderijen, 200 aquarellen en 300 tekeningen.

overlijden
Op 17 juni 1990 overleed Nettie Bromberg op 70 jarige leeftijd. Ze werd begraven op de Berg der Ruste in Jeruzalem.

Werk is in Nederland vrijwel nergens meer te zien; Nettie Bromberg bepaalde dat haar werk na haar dood naar Israel zou gaan.

In oktober 1992 opende een permanente expositie van haar werk in het museum te Ein Harod, ten zuidoosten van Haifa.

Bron: rkdartists / nettiebromberg.nl / artindex

Overleden na WOIIvrouwelijke kunstenaars