Ronny Abram

Ronny Abram

Amsterdam 1938 – 1999 Amsterdam

graficus, schilder

jeugd
Ronny Abram werd in 1938 als een joods jongetje geboren in Amsterdam-Zuid. Toen hij zeven jaar was kwam hij als een onbehouwen weesje uit het concentratiekamp Bergen-Belsen en werd hij in Nederland in een joods weeshuis gezet. De oorlog ging daar voor hem gewoon door. Gelukkig haalden een oom en tante hem twee jaar later als hun derde zoon naar Indië. Voor Ronny betekende die tijd eindelijk vrede.

opleiding
Ronald Abram maakte voornamelijk non-figuratief, abstract werk via de etstechniek, kopergravures lithografie en zeefdrukken. Ook maakte hij pentekeningen. Abram werkte ook graag met aquarelverf en pastel.

Hij volgde zijn opleiding aan de Academie voor Kunst en Industrie te Enschede en de École des Beaux-Arts te Parijs.

verblijf
Abram verbleef in Enschede tot 1961 en bracht een jaar door in Parijs van 1969 tot 1970. Vanaf 1989 woonde hij in Amsterdam.

lidmaatschap en prijzen
Ronnie Abram was lid van Arti et Amicitiae.
In 1964 won hij de eerste prijs op de Prix de Peinture te Biarritz, Frankrijk.

docentschap
Vanaf 1980 tot 1999 was hij werkzaam als docent model tekenen/schilderen op de afdeling mode en later ook op de afdeling “vrij pakket” aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam. Hij bracht vaak zijn dochter mee naar de lessen, die dan mee tekende.

Hij inspireerde honderden leerlingen op de Rietveld Academie en vocht voor wat hij de Nieuwe Figuratie noemde, een figuratieve kunst die de ontwikkelingen van de laatste eeuw in de schilderkunst niet negeert.

exposities en collecties
1966: XXIIe Salon de Mai Paris, Musée d’Art Moderne de la ville de Paris, Salon de Mai Paris
1970: 50 x 50 groepsmanifestatie – Stedelijk Museum Amsterdam
1985: Een keuze uit de verzameling van Museum van Bommel-van Dam – Museum Van Bommel Van Dam Venlo
1997: Blijvend in verbeelding: de verwerking van de Tweede Wereldoorlog in de beeldende kunst; Stichting Literatuur & Kunst, Maatschappij Arti et Amicitiae Amsterdam, Zuid-Hollands Verzetsmuseum Gouda

Zijn werk is ook te zien in het Joods Historisch Museum te Amsterdam.

de oorlog in beelden
Abram vocht met het verleden, met het gevoel dat zijn ouders hem, in dat afschuwelijke kamp, in de steek hadden gelaten.

Ronny probeerde zijn verloren herinneringen aan de oorlog in beelden om te zetten. Grote, wanhopige, prachtige tekeningen met bergen door elkaar gegooide naakte lichamen. ‘Dit is niet wat je hebt gezien, maar wat je had willen zien’, zei Gerhard Durlacher.

Abram schilderde ook stedelijke landschappen zonder mensen, de slachting in Bosnië, en hevige liefdes (‘Amor natural’).

overlijden
Ronny Abram stierf in 1999, 60 jaar oud, onverwachts aan een hersenbloeding. Toon Tellegen noemde hem in een gedicht; ‘Kleine, onversaagde reus’.

bron: artindex.nl / de groene amsterdammer.nl

Jizkor (2017)

Zippora Abram’s jizkor voor haar oom Ronny, een vrije geest voor wie het Jodendom zeer beladen was;

Mijn oom Ronny Abram was een vrije geest. In de jaren 70 was hij de hippie in onze familie. Hij droeg kleurige sjaaltjes, had lang haar en bracht voor mijn zussen en mij gekke kettinkjes mee als hij weer eens een verre reis had gemaakt.

Ronny was kunstenaar, zowel letterlijk als figuurlijk. Hij schilderde en gaf les aan de Rietveld Academie, maar hij was ook levenskunstenaar. Hij gaf zijn leven zo veel mogelijk kleur, met schoonheid, heerlijk eten, mooie reizen, hechte vriendschappen en mooie vriendinnen. Hij kende gelukkige tijden en periodes van depressie. Dat is niet verwonderlijk als je zijn levensloop kent.

Hij werd in 1938 geboren in Amsterdam en overleefde zonder ouders concentratiekamp Bergen-Belsen. Hij kwam er pas op latere leeftijd achter hoe hij het kamp had overleefd: een Poolse vrouw, niet-Joods, had zich in het kamp ontfermd over een groep kinderen, waarvan Ronny de jongste was. Deze heldin ben ik eeuwig dankbaar.

Na de oorlog keerde Ronny terug naar Amsterdam, zijn ouders hadden de oorlog niet overleefd. Als wees kwam hij in de Berg-stichting terecht, waar de strijd voortduurde. Hij herinnerde zich dat hij daar altijd moest vechten. Zijn oom en tante – mijn grootouders, de ouders van mijn vader – haalden Ronny uit de Berg-stichting en namen hem op in hun gezin. Daar groeide Ronny op als een van de drie kinderen. Ik begreep pas later dat Ronny niet een broer van mijn vader was, maar een neef. Dat verklaarde meteen hoe de twee broers van mijn vader Ron en Ronny konden heten. Dat had ik altijd wat vreemd gevonden.

Ronny overleed op 60-jarige leeftijd, plotseling, aan een hersenbloeding. Mijn lieve oom, bij wie ik geregeld ging eten, was ineens weg. Ik mis hem nog elke dag. Zowel zijn sfeervolle aanwezigheid als zijn heerlijke ongenuanceerde meningen.

Het jodendom was voor hem zeer beladen. Zijn dochter kreeg de niet-Joodse achternaam van haar moeder, want Abram kun je maar beter niet heten. Toen mijn zus haar eerste kind had gekregen en Ronny uitnodigde voor de briet mila belde hij me geschokt op: “Ze brandmerkt die jongen voor het leven, kun jij dat misschien voorkomen?” Ik legde Ronny uit dat wij trots zijn om Joods te zijn, dat iedereen het mag weten. En dat ik niet van plan was mijn net bevallen zus hierover te bellen. Daar legde hij zich dan ook wel weer ruiterlijk bij neer, maar Joods zijn was voor hem onlosmakelijk met de oorlog verbonden. Als jonge kunstenaar woonde hij in Parijs. Daar ontmoette hij Joden uit Marokko. Het was voor hem een grote opluchting: hij voelde zich thuis bij deze vrienden, ze waren net als hij Joods, maar dan zonder de zware last van de oorlog.

Ronny en het jodendom bleven altijd een beladen combi, die mij ook wel deed glimlachen. Hij wilde eens Pesach meevieren bij mijn vader, van wie hij een uitgebreide instructie kreeg over wat we wel en niet eten tijdens Pesach. Ronny kwam binnen met zijn zelfgemaakte viskoekjes en zei tevreden: “Ik heb geen paneermeel gebruikt hoor, ze zijn alleen even door de bloem gehaald.”

Ronny ligt begraven op Zorgvlied. Als mijn jongste zoon zwemles heeft in het De Mirandabad, loop ik soms even naar het graf. Een mooi graf, lekker onder een boom. Laatst heb ik er een zonnebloem op gelegd. Geen Joodse traditie, maar ik weet zeker dat Ronny het zou kunnen waarderen.

bron: Nieuw Israëlitisch Weekblad.

Overleden na WOIIArti et AmicitiaeKunstenaars in Parijs