Jules Chapon

Jules Chapon

Heemstede 1914 – 2007 Saint-Cyprien, Dordogne.

Jules Chapon was een Nederlands beeldhouwer, glazenier en schilder.

Chapon was een zoon van Barend Chapon en Mietje Zilverberg. Zijn vader was makelaar in effecten, voorzitter van het kerkbestuur van de Joodse gemeente en lid van de Joodse Raad in Haarlem. Chapon zou aanvankelijk ook de financiële wereld in gaan, maar koos tijdens de oorlog voor een loopbaan als kunstenaar. Hij volgde daarvoor lessen bij Henri Boot en Kees Verwey.

werk
Vanaf 1947 exposeerde Chapon zijn werk in Nederland en Frankrijk. Hij schilderde landschappen, figuurvoorstellingen, portretten en stillevens. Als monumentaal kunstenaar maakte hij glas-in-staalramen en wanden, waarbij hij scheepsplaten gebruikte. In de stalen platen werden gaten gebrand, die hij vulde met glas-appliqués. Hij werkte hiervoor samen met het atelier Van Tetterode. De totstandkoming van zijn wand voor De Nederlandsche Bank werd verfilmd, de film leverde in 1972 een gouden medaille op op het festival in Bilbao. Vanaf de jaren 70 werkte Chapon ook met polyether en plexiglas.

Galerie Espace
Chapon was in 1940 getrouwd met Polly Meure. Chapon en Polly richtten samen met Eva Bendien in 1956 Galerie Espace op in het atelier van haar man Jacob aan het Klein Heiligland 36 in Haarlem.

Vier jaar later, in 1960, verhuisde de galerie naar Amsterdam. De Galerie Espace bestaat nog steeds. Jules was ook actief in de legendarische Haarlemse kunstenaarssociëteit Teisterbant, samen met o.a. Godfried Bomans, Anton Heyboer, Wil Brugsma en Harry Mulisch.

Jules en Polly groeiden uit elkaar en in 1964 vestigde Polly zich in België. In Brussel begon zij een nieuwe galerie. De officiële scheiding van het paar volgde een paar jaar later.

Frankrijk
Chapon bracht sinds 1947 geregeld tijd in Frankrijk door en vestigde zich er in 1973 definitief.

naturalistische stijl
In zijn eerste jaren als kunstenaar hanteerde hij een naturalistische stijl. Chapon’s aangrijpende ervaringen gedurende de Tweede Wereldoorlog verwerkte hij door het schilderen van zware onderwerpen met sombere tonen. Voorbeelden daarvan in de tentoonstelling zijn de werken Hongerwinter en Concentratiekamp 1 en 11. (Zie ook zijn eigen verhaal hierover onderaan de pagina).

Cobra
Aan het eind van de jaren veertig veranderde zijn figuratieve stijl van werken onder invloed van zijn reizen naar Zuid-Frankrijk en ontmoetingen daar met Deense Cobra-kunstenaars.

In zijn werk begonnen zich duidelijke kenmerken van de expressieve en abstracte Cobra-stijl af te tekenen. Chapon’s kleurgebruik werd levendiger en helderder en hij maakt gebruik van sterk vereenvoudigde lijnen. Na 1957 leverde hij gedurende langere periode uitsluitend abstract werk.

grote opdrachten
Tussen 1960 en 1980 kreeg Chapon zeer belangrijke monumentale opdrachten. Hij vervaardigde een indrukwekkende reeks grote, abstracte wanden voor bedrijven als de Fokkerfabrieken op Schiphol, De Nederlandsche Bank te Amsterdam en de penitentiaire inrichting de ‘Bijlmerbajes’.

Door de originele combinatie van oude bewerkte scheepsplaten en kleurrijk glas in deze wanden verwierf Chapon hiermee ook internationale bekendheid.

Van het drie jaar durende wordingsproces van de wand voor de Nederlandse Bank heeft de cineast Wim van der Velde in 1968 een film gemaakt.

Vanaf 1973 concentreerde Chapon zich in de rust van zijn nieuwe woonomgeving, de Dordogne, wederom op zijn schilder- en tekenkunst.

1996
In 1996 werd in het Joods Historisch Museum een overzichtstentoonstelling van zijn werk gehouden. In datzelfde jaar vertelde Jules Chapon zijn levensverhaal aan het USC Shoah Foundation Institute, opgericht in 1994 door Steven Spielberg. Dit verhaal is opgenomen in de Collectie 2000 Getuigen Vertellen van het Joods Historisch Museum.

De kunstcriticus Hans Redeker zette Chapon in de jaren vijftig neer als ‘een bespiegelende, gesloten en ingekeerde figuur’.

Chapon over zijn leven en WO II;
‘Toen Hans Redeker dat opschreef was ik dat waarschijnlijk ook, mijn bevrijding is eigenlijk pas gekomen toen ik definitief naar Frankrijk verhuisde.”

“Mijn familie werd aangegeven door het hoofd van de WA in Noord-Holland, Jan Nederkoorn, de vader van de latere president- directeur van Fokker. Dat was begin 1943, toen als represaillemaatregel voor het doodschieten van een Duitser in Haarlem honderd burgers werden vastgehouden op het politiebureau. Ook mijn vader, Barend Chapon, en de opperrabijn van Noord-Holland, Philip Frank, waren daar bij. Toen ze gearresteerd werden was Nederkoorn op het politiebureau aanwezig.

Tien gevangenen werden kort daarop in de duinen bij Bloemen­daal gefusilleerd, ook mijn vader en de rabijn. Dat was op 2 februari 1943. Dezelfde dag nog werden mijn moeder en zuster thuis opgepakt; mijn andere zuster, Selma, was niet thuis, zij zou de oorlog overleven. Mijn broer en ik wisten te ontvluchten via de achtertuin, maar mijn broer wilde de vrouwen niet alleen laten en keerde terug. Ook hij werd weggevoerd naar het politiebureau. Ook toen was Nederkoorn weer present. Ze werden via de Hollandse Schouwburg in Amsterdam en Westerbork naar Auschwitz vervoerd, waar ze zijn vermoord.

Een paar dagen voor de arrestatie van mijn vader had Nederkoorn nog samen met de NSB-burgemeester van Haarlem, Plekker, voor ons huis aan de Spaarnelaan staan kijken. Toen dat leeg kwam te staan trok hij er onmiddellijk in. Dat moet een vooropgezet spel zijn geweest. Samen met de burgemeester moet hij dit hebben bekokstoofd.

Nederkoorn is op Dolle Dinsdag naar Duitsland gevlucht, maar na afloop van de oorlog is hij gearresteerd. Hij werd ter dood veroordeeld, maar die straf werd teruggebracht tot 20 jaar. En na vijf jaar kwam hij vrij’.

na WO II
‘Na de oorlog betrok ik een oud pand aan het Klein Heiligland in de binnenstad van Haarlem, dat ik eigenhandig restaureerde en tevens als galerie gebruikte (Galerie Espace, die later naar Amsterdam verhuisde) .Het toeval wilde dat Nederkoorn daar vlak bij zat. Elke keer als ik hem tegenkwam keek hij mij brutaal aan, alsof ík degene was die schuldig was, en niet hij. Het was niet meer te harden. Ik heb twee keer geprobeerd hem met mijn auto aan te rijden. De eerste keer miste ik hem, maar de tweede keer scheelde het maar een haartje. Mijn tweede vrouw zat toen naast me, ik was helemaal overstuur.

Frankrijk
Mijn huisarts adviseerde me na die gebeurtenis om naar Frankrijk te emigreren. “Morgen raak je hem echt”, zei hij, “en dan heb je eigen rechter gespeeld. Men zal daar wel begrip voor hebben, maar je zal er toch last mee krijgen.” Goed, ik heb zijn raad opgevolgd. In de Dordogne bezat ik toen al een minuscuul ruïnetje, dat ik op de kop had weten te tikken ten tijde van mijn monumentale opdracht voor De Nederlandsche Bank.

Dat was mijn belangrijkste motivatie om in Frankrijk te gaan wonen. Daar kwam bij dat ik vijftien jaar lang monumentale opdrachten had uitgevoerd. Een vreselijk tijdrovend en intensief werk. Ik had echt zin om weer vrij te gaan werken’.

Na deze stap heeft Chapon de Nederlandse kunstwereld niet gemist.

vercommercialisering
‘De vercommercialisering vond ik ook toen al afschuwelijk. De materiële kant overheerst. Bij de grote galeries gaat het in de eerste plaats om de centen, het zijn net bedrijven. Zelf ben ik in een kunstzinnig milieu opgegroeid. Mijn vader had een collectie schilderijen uit de Haagse, Amsterdamse en Bergense School. Hij was bovendien oprichter van de Haarlemse woningbouwvereniging Tuinwijk en goed op de hoogte van toenmalige architectuur. Mijn zuster was danseres.

Het was bepaald geen burgerlijk milieu. Toen ik een jaar of tien, elf was kreeg ik mijn eerste schilderkist.

de mobilisatie
Als gevolg van de mobilisatie kwam ik als soldaat in Rotterdam terecht, waar ik het bombardement meemaakte. Eind ’41 werd mijn vaders zaak, een beleggingsmaatschappij, door de Duitsers geconfisceerd en geliquideerd. Om toch iets om handen te hebben greep ik terug op mijn oude hobby en begon weer met schilderen en tekenen.

het verzet
In 1942 kwam ik terecht in het verzet, waar ik onder meer joden hielp aan vervalste persoonsbewijzen. September 1943 werd ik opgepakt, na een tip van mensen die voor zeven-en-een-halve gulden joden aangaven. In Amsterdam ben ik regelmatig verhoord en in elkaar geslagen. Toen ik samen met andere gevangenen in de gang moest gaan staan om weggevoerd te worden ben ik ontsnapt via de fietsenberging. Dat kon, omdat we moesten wachten op iemand die nog even naar de w.c. moest en ik de laatste in de rij was. De deur van de bergruimte was niet vergrendeld.

filosofie
Vervolgens ben ik op mijn onderduikadressen filosofie gaan lezen. Dat heeft me steun gegeven en daar had ik ook tijd om na te denken. Mijn vader was gefusilleerd, zijn zaak gejat. Wat er met de rest van mijn familie gebeurd was wist ik op dat moment nog niet. Ik kwam tot de conclusie dat de materiële kant van het leven onzinnig was. Goed, ik kwam dan uit een redelijk welvarend gezin, maar wat bleef er van over?

Als ik levend uit de oorlog zou komen, zo nam ik me voor, wilde ik me met iets wezenlijks gaan bezighouden. Maar over een loopbaan als beeldend kunstenaar dacht ik nog niet na. Stel, mijn familie keert terug, dacht ik. Dan heb ik misschien de verplichting om voor ze te zorgen en dat kan niet als ik kunstenaar ben.

Na de oorlog leerde Chapon tijdens jaarlijkse, lange reizen naar Zuid-Frankrijk kunstenaars en dichters als Nicolas de Staël en Rene Char kennen. Zij waren belangrijk voor hem bij zijn keuze om zijn verdere leven aan het schilderen te wijden.

In Frankrijk voelde ik me thuis. Nederland was nog in opbouw, en elke keer als ik er terugkeerde werd ik weer geconfronteerd met een wereld van ellende. Toen ik na de oorlog in mijn ouderlijk huis terugkeerde, werd mij door de gemeente “eigenmachtig optreden” verweten. “Ben ik er dan rechtmatig uitgezet?”, vroeg ik.

Het demonstreren van ellende in kunst beschouw ik als negativisme. Waarom zou ik dat doen? Toch niet om de ellende te continueren?

Iedereen die mijn werk ziet mag er in grasduinen en er van denken wat-ie wil. Wat dat betreft dring ik niets op. Dat is de vrijheid van de toeschouwer.

Het schilderen en tekenen is voor mij een vorm van bestaan, ik zou niet anders meer kunnen. Als ik uit mijn atelier naar buiten kijk zie ik de natuur en het landschap. Er is daar niets dat mij afleidt. Ik word er geconfronteerd met een eindeloze wereld, waarin ik de lijnen wil ontdekken.

de essentie
‘Toch is mijn werk niet geïnspireerd door de natuur, maar door de essentie van het leven en de dingen die mij bezighouden. Wat dat is, de essentie? Eenvoud is er een heel belangrijk onderdeel van. Hoe stiller mijn werk wordt, hoe dichter ik de eenvoud benader. In afzondering hoop ik de essentie van mijn bestaan te vinden. Er rest mij niets dan afdalen in mezelf. Dat kan tot grote mislukkingen leiden. Alleen als je geluk heb, handhaaf je je’.

Chapon overleed in 2007, op 92-jarige leeftijd.

bron: wikipedia / jck.nl / wimdewagt.nl / nrc 1996

Overleden na WOII